HR 13 mei 2022: Gezag van gewijsde; belang bij instellen rechtsmiddel

HR 13 mei 2022: Gezag van gewijsde; belang bij instellen rechtsmiddel

Auteur: Katinka Becker

Hier was de vraag aan de orde of een partij in beroep moet tegen een uitspraak als het dictum voor hem gunstig is, maar er wel voor die partij ongunstige beslissingen in het lichaam van de uitspraak staan.

Een korte samenvatting van deze zaak: X is op staande voet ontslagen als voorzitter en statutair bestuurder van de Stichting Rederij De Drie Geuzen door de andere bestuurder van de stichting, Y. Y heeft de rechtbank vervolgens namens de stichting verzocht om X als bestuurder van de stichting te ontslaan, voor zover de rechtbank mocht besluiten dat X niet al rechtsgeldig als bestuurder van de stichting was ontslagen. De rechtbank heeft dat verzoek bij beschikking afgewezen, want X was reeds rechtsgeldig ontslagen. Tegen deze beschikking is geen hoger beroep ingesteld.

X is een nieuwe procedure gestart en heeft daarin verzocht om een verklaring voor recht dat het besluit tot zijn ontslag als statutair bestuurder niet rechtsgeldig is, dan wel nietig is of vernietigd dient te worden (art. 2:14 en 2:15 BW). De rechtbank wijst de vordering af, omdat aan de eerdere beschikking gezag van gewijsde toekomt. Deze uitspraak wordt door het hof bekrachtigd.

In cassatie is de vraag aan de orde of aan de eerdere beschikking gezag van gewijsde toekomt, nu het dictum in het voordeel van Y was. De Hoge Raad oordeelt dat van een onherroepelijke uitspraak zowel het dictum als de beslissingen waarop de uitspraak berust gezag van gewijsde hebben. Als partijen over hetzelfde geschilpunt een nieuwe procedure voeren, is de rechter gebonden aan die beslissingen. Dit geldt ook voor nadelige beslissingen die tot een gunstig dictum hebben geleid. Ondanks een gunstig dictum kan er dus sprake zijn van een belang bij hoger beroep.

Als je (als advocaat of partij) dus een uitspraak met een gunstig dictum krijgt, moet alsnog goed bekeken worden of er beroep moet worden ingesteld tegen eventuele nadelige bindende eindbeslissingen in het lichaam van de uitspraak.

Hoge Raad, 13 mei 2022 ECLI:NL:HR:2022:683 (X/Stichting Rederij De Drie Geuzen)